zaterdag 9 juni 2012

Tielt : 9 juni 2012

Zaterdag 9 juni :  Fietstochtje met Miet Schepens en Diane Delaere naar Tielt.

De route door Miet uitgestippeld gebruikt af en toe de knooppunten, maar gaat meestal langs kleinere wegen.



We fietsen naar Moerbrugge -  over naar Patersonstr.  -  over spoorweg  -  (onmiddellijk links -> Everaertstr.  --> Stuivenbergstr.  -  bij 5-punt 2e Links nog Stuivenbergstr.  -  over snelweg  -  Links ->  Drie Koningen  


Het kasteel Drie Koningen in Beernem werd in 1802 opgetrokken in Empirestijl, naar een ontwerp van architect François de Serret. Het kasteel werd gebouwd met afbraakmateriaal van de Brugse Sint-Donaaskathedraal, die in 1799 onder Frans bewind werd afgebroken. 

 In 1985 werd het kasteel beschermd als monument.





Fiets omgevallen !!! Miet bestudeert de route !



Verder over de Wielingstraat  --> Heriweg  -  tot ca. Aanwijs  - over Reigerlostraat  -->  Torenweg/Vagevuurstr. 
 -->  Brugse Steenweg/ Vagevuurstr.  -  langs St.Pietersveld  -  
bij Radio  - Rechts Predikherenstr.  naar knooppunt 35  -  Hekkestraat



Het waait bijzonder hard, maar dat zijn we inmiddels gewend.




->  rechtdoor Hekkestraat .  -  1ste rechts - >  Vriesestraat  -  Links ->  Kleine Veldstr.  --> Walbosstr.   -  tot Schuiferskapelle  

Kerk Onze-Lieve-Vrouw Geboorte


De huidige O.L.V.-Geboortekerk (1785) werd de waardige opvolger van de oorspronkelijke Hulswalle-kapel (1243), waaraan de familienaam de Scuvere verbonden was. 
Dit is meteen ook de verklaring van de plaatsnaam Schuiferskapelle.
Landelijk leven met innige volksdevotie blijkt uit de verering van de H. Nicolaas van Tolentijn, hoop der landbouwers. Op de buitenmuur zijn negen keramiekreliëfs ingebouwd voor de ommegang van Sint Antonius Abt en H. Nicolaas van Tolentijn; de gelovigen gaan er op bedetocht (‘dienen’) voor een goede oogst en gezonde veestapel.
Ook tegen menselijke kwalen, o.a. de zona, vroeger een levensgevaarlijke aandoening, gaan gelovigen in Schuiferskapelle ‘dienen’.


-->  R Biermansstr.  -  bij kerk Links ->   H.D’Hontstr.  ->  R  Dosseweg  -  90° Rechts dan   90°  Links   --> Vrouwenboomstr.  -  tot einde  - Stukje Links   tot Schuiferskapelsteenweg  -->   R Schuiferskapelstraat   naar 

Tielt



We bezoeken eerst het gerestaureerde  Huis Mulle de Terschueren, 
waar het Toerisme kantoor gevestigd is, en ook de "Europa zolder"




















In de loop van de 17de en 18de eeuw hadden kapitaal en aanzien zich geconcentreerd op de Tieltse Markt, Kortrijkstraat en Ieperstraat.
De 2de helft van de 19de eeuw kent in Tielt een belangwekkende toename van herenhuizen, vooral geconcentreerd in de Ieperstraat.
In 1824 bouwt de Tieltse edelman Emile-Paul Mulle de Terschueren een kopie van zijn Gentse ouderlijke woning met bijhorend koetshuis (Ieperstraat nrs. 44-46-48).
In 1986 wordt de imposante woning geklasseerd, in de komende jaren volledig gerestaureerd en de bijhorende privétuinen worden door stadspark met vijver meteen voor iedereen toegankelijk gesteld.
Dit laat-classicistische herenhuis met koetshuis (ca 1820) is wegens zijn historische en socio-culturele waarde als monument beschermd. 
De oorspronkelijke tuin (eveneens beschermd) is heringericht als stadspark.





het geklasseerde Tieltse stadspark.
De "Europa zolder" onder het dakgebinte













De bedoeling van dit project is om op een interactieve manier antwoorden te geven op allerlei vragen over Europa. 

De Europazolder is uitgewerkt rond 8 thematische zones. Die worden met een kort filmpje voorgesteld door 27 personen uit de 27 landen van de Europese Unie. Het gaat om mensen die allemaal op één of andere manier iets met Tielt te maken hebben. Elke personage stelt op het einde van het fragment een vraag aan de bezoekers, die aan de hand van een paspoort, op de Europazolder, op een speelse manier op zoek kunnen gaan naar het antwoord op die en andere vragen over het ontstaan van Europa en over de invloed van de Europese Unie op o.m. het wetenschappelijk onderzoek, economie, milieu, landbouw en politiek.



Wil u meer weten over Tielt als Europa-stad, ga dan naar volgende link :



We lunchen in "De Botermarkt"  vooraleer we de beelden van Jef Claerhout gaan bekijken.
Tielt is de geboorteplaats van Jef Claerhout (°1937) 

Hallentoren

De achterkant van de Hallentoren met het beeld van Olivier "De Duivel"



Olivier de Duivel wordt rond 1434 als Olivier de Neckere in Tielt geboren. 








Hij is de zoon van Jan de Neckere, barbier en houthandelaar op het Tieltse marktplein. In 1458 ontmoet hij Louis de Valois, toekomstige koning van Frankrijk, die een bezoek bracht aan Tielt op zijn doorreis tussen Oudenaarde en Brugge. Hij logeerde in de afspanning 't Klein Schaekop de markt te Tielt. Uit die ontmoeting groeit een levenslange vriendschap tussen een volksjongen en een koningskind.

Als vertrouweling en bijzondere protégé van de tot koning gekroonde Louis XI, bijgenaamd de "spinnenkoning", wordt "Olivier le Diable" koninklijk barbier en hoofd van de barbiersgilde in Parijs. Dat Olivier naast inzepen en scheren nog andere talenten bezat, werd vlug duidelijk. Geleidelijk werd hij één van de invloedrijkste figuren van Frankrijk. De meest geheime politieke en koninklijke wensen werden Olivier toevertrouwd. Vlekkeloos vervulde meester Olivier, duivel-doet-al, deze duistere opdrachten en pikte onderweg voor eigen rekening een graantje mee. Hij verfranste zijn naam tot "le Diable" of "le Mauvais" (Nekker is oud-Vlaams voor duivel).

Er wordt zelfs beweerd dat hij het huwelijk tussen Maximiliaan van Oostenrijk en Maria Van Bourgondië moest voorkomen, wat niet gelukt is.
Zijn "duivelse" politieke carrière wordt rijkelijk beloond met koninklijke schenkingen, domeinen en eretitels, waaronder tenslotte ook de adelijke titel van "Olivier le Dain" (Nederlands: damhert) graaf van Meulan. Zijn wapenschild kan je nu nog zien in het Tieltse stadhuis.

Zijn politieke blitzcarrière maakt Olivier tot vijand nummer één bij de Franse hofadel, die op wraak zint. De Franse adel is jaloers en het volk is sprakeloos bij zo'n bliksemcarrière. Hij wordt Olivier De Duivel genoemd alsof de duivel er mee gemoeid was…

Bij de dood van koning Louis XI zien zijn belagers hun kans schoon: Olivier de Duivel wordt prompt gevangen genomen en na een haastig proces aan de beruchte galg van Montfaucon opgeknoopt op 21 mei 1484 en meteen ontstaat de legende.

Baljuw Spierinck
Geïnspireerd door het verhaal
"Hij komt  van Kanegem"


  



























Alexander Spierinck (1360-1403) was wellicht de meest invloedrijke persoon ooit in Tielt. 
De legende ‘Hij komt  van Kanegem’ maakte hem niet populair, maar door zijn functies droeg hij tot  ver buiten Tielt een enorme verantwoordelijkheid
Geboren in Tielt maakte hij carrière in het graafschap Vlaanderen : 1383 aanvoerder van de Brugse stadsmilitie, 1387 schout (onderbaljuw) van Brugge, 1394 baljuw van Brugge en van het Brugse Vrije, 1402 soeverein-baljuw van Vlaanderen. 
Hij werd rechtstreeks door de graaf aangesteld als ziijn vertegenwoordiger met politieke, administratieve, militaire en gerechtelijke bevoegdheden.  Hij was ook belastingontvanger, politiecommissaris en rechter. In die hoedanigheid beging hij in het snelrecht de fout de onschuldige Vleminck te laten opknopen.  Kort daarna, op 29 maart 1403, viel hij op de Markt dood.
Legende ‘Hij komt uit Kanegem’. Begin 15e eeuw kwam kippen-en konijnenkweker Jan Vleminck, na het verkopen van zijn dieren, terug naar Tielt, maar werd door een onweer overvallen en ging onder een boom schuilen en slapen. Diezelfde nacht werd de pastoor van Kanegem vermoord en de dader liet het bebloede mes biij Jan achter. Toen die even later gevonden werd, werd hij door baljuw Spierinck snel als moordenaar tot de galg veroordeeld. Maar Jan sprak net  voor ziijn door de profetische woorden tot het volk en de baljuw ‘dat hij onschuldig is, dat de baljuw geeneerlijk onderzoek heeft willen voeren als straf van God de week nadien zal doodvallen’. Net een week later was de baljuw op de Markt aan het kaatsen toen hij plots dood neerviel, waarop de mensen zich Jans woorden herinnerden. Maar wie was dan wel de moordenaar ? Toen wat later de nieuwe baljuw met ere-salvo’s ingehuldigd werd, ontplofte een kanon. Daarbij werd een man dodelijk getroffen. Hij biechtte nog snel op dat hij de moordenaar  was, omwille van de weigering om met zijn meisje te mogen trouwen. Toen Jan Vleminck onder de boom gevonden werd, had hij gerepliceerd met de woorden ‘Ik kom van Kanegem, ik weet van niets’, woorden uit de legende die het best bekend zijn.
Beeld : het beeld verbeeldt de dood van de baljuw. Al kaatsend krijgt hij plots een pijnscheut in zijn hart. Terwijl hij grijpt naar zijn hart, valt hij voorover en de kaatsbal rolt uit zijn hand.
Het trieste levenseinde van de baljuw staat in schril contrast met zijn overmoed. Dat heeft de kunstenaar w eergegeven in de  voetplaat : Ick was eerghisteren ghedachvaert voor God ende ic ben nog hier.
Spierinck geloofde niet dat hij zijn juridische misstap met zijn leven zou betalen.


MINI-HALLETOREN VOOR BLINDEN
Na een prijsvraag kreeg Bertold Vandebussche uit Ardooie de opdracht. Het kunstwerk werd voor het eerst in oktober 2005 getoond in het Huis Mulle de Terschueren en verbleef er tot na de her aanleg van de Markt. In 2008 werd het hier geplaatst. Begin 2010 werd het door fuivende weekendvandalen omvergetrokken met grote schade als gevolg. Onderaan is in vijf talen en ook in braille een tekst over de geschiedenis van het beeld aangebracht.


Tanneke Sconyncx (Anna De Coninck?) 
werd rond 1560 geboren in Gottem, een dorp in de Belgische provincie Oost-Vlaanderen en een deelgemeente van de stad Deinze.
Beschuldigd van hekserij overleed ze in 1603 tijdens een folterbeurt die vier dagen en nachten duurde.
Tanneke was een mooie, rijke vrouw, gehuwd en moeder van vier kinderen.
Haar man, Thomas van der Meulen, schold haar geregeld uit voor 'toveres, hoer en dievegge'. Tanneke klaagde hem aan bij de baljuw. Zij won dit proces en kreeg een purge, de officiële bevestiging dat ze geen heks was. Wanneer ook ene Gheraert van der Meersch Tanneke in het openbaar voor heks verweet, spande ze weer een proces aan en dat won ze eveneens. Om zich van alle laster te bevrijden ging Tanneke naar de pastoor van Gottem, een gedreven heksenjager. Voor alle zekerheid nam ze ook haar dochter mee zodat die nooit met dezelfde smaad overladen zou worden. De pastoor onderzocht moeder en dochter op mogelijke duivelstekens. De dochter werd uitgekleed maar Tanneke liet niet toe dat de pastoor met haar alleen was in de sacristie. De pastoor verklaarde moeder en dochter vrij van hekserij, wat niet belette dat later over deze geschiedenis de wildste geruchten zouden ontstaan.
De baljuw had ondertussen zijn zinnen op Tanneke gezet en toen die niet inging op zijn avances nam hij wraak. Hij zocht belastende getuigen en startte een procedure wegens hekserij tegen Tanneke. De typische beschuldigingen van alle heksenprocessen kwamen naar boven: Tanneke zou een toverpoeder bezitten, ze had een paard ziek gemaakt en de baljuw zei dat ze een pact met de duivel had gesloten omdat ze door getuigen op de heksensabbat was gezien.
Op kerstavond 1602 werd Tanneke opgesloten in de gevangenis van Tielt, op de hoek van de Hoog- en de Sint-Jansstraat. Zij ontkende alle aantijgingen en verklaarde dat de baljuw wraak wilde nemen wegens haar seksuele afwijzing, dat hij uit was op haar geld en haar goederen. In de Tieltse hallentoren werd Tanneke onderzocht op duivelstekens. Ze werd er gefolterd door de Gentse beul Baudewijn Waelspeck. Tanneke beklaagde er zich over dat de beul haar 's nachts met een bijtend zuur littekens had toegebracht die hij 's anderendaags als duivelstekens aanwees.
Ondanks haar enorme weerstand bekende Tanneke uiteindelijk alles wat men haar ten laste legde, ook de seksuele omgang met de duivel 'die een koud aanvoelende penis had waaruit geen sperma kwam'. Na de foltering trok ze alle bekentenissen weer in, wat leidde tot nieuwe pijnigingen. De marteling duurde van 23 mei tot 2 juni 1603. Tijdens de laatste foltering, die vier dagen en nachten had geduurd, bezweek Tanneke. Salomon Marcx, een chirurgijn uit Tielt, verklaarde op medische gronden dat Tanneke niet gestorven was aan haar verwondingen maar dat het de duivel was die haar nek had gebroken. De baljuw kon een proces met veroordeling forceren en verrijkte zich met een deel van haar bezittingen.
Omdat ze geen vergiffenis had gevraagd voor haar zonden werd Tanneke in ongewijde grond begraven in haar geboorteplaats Gottem, dicht bij een vijver die nog altijd heksenput wordt genoemd.


Generaal Stanislas Maczek
 Op 8 september 1944 was het de Poolse Stanislas Maczek, generaal van de Eerste Poolse Pantserdivisie, die Tielt bevrijdde. Het standbeeld gemaakt door kunstenaar Jef Claerhout brengt hieraan hulde. Het werd 50 jaar na de bevrijding ingehuldigd. In het beeld houdt Generaal Maczek symbolisch een sleutel vast: hij geeft die terug aan de stad. Op die manier vervoegt de sleutel de twee andere sleutels van het wapenschild. Het embleem met de arendsvleugel is een verwijzing naar de Eerste Poolse Pantserdivisie. De opeenvolgende plaatsen waar de bevrijding plaatsvond, staan eveneens vermeld op het kunstwerk.

Het "meisje met de hoelahoep" 
(Vredestraat 20)
staat op de plaats van de eerste fabrikant in België van de plastieken hoelahoep.


In Brugge hebben we ook enkele beelden van Jef Claerhout, o.m.
"Zeus, Leda, Prometheus en Pegasus" op het Walplein.
"Papageno"  aan de Stadsschouwburg
Dansende "Marieke" aan de Coupure
Maquette (voor blinden)  aan het Belfort 
"Meyboom" aan de Zilversteeg




We fietsen terug naar Brugge via volgende knooppunten:



  46  -  37  -  36  -  23  -  20  -  10  -  93  -  85  .......

Terug thuis met 70 km op de teller. 









Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen